nhk ext

Historie

In de 13e eeuw schijnt uitbreiding noodzakelijk te zijn geweest. Het kerkgebouw werd verhoogd en het schip werd verlengd. Hierbij maakte men gebruik van grote bakstenen, z.g. "kloostermoppen", die in die tijd de tufsteen geheel had verdrongen.

De Anjumer kerk was voor deze streken een bijzonderheid.

De toren was namelijk in de kerk opgenomen: kerk en toren vormden één grote ruimte. Een bewijs hiervan vormen de restanten van muurschilderingen die bij de laatste restauratie tegen de torenmuur werden gevonden. Men kwam het kerkgebouw binnen door een ingang in de westgevel van de toren en liep dan onder de Michaëlskapel door om in de kerkruimte te komen.

 

Historie Ned. Herv. Kerk Anjum. (Exterieur)

 

De Ned. Herv. Kerk werd in de middeleeuwen genoemd naar St. Michaël, de geliefde beschermheilige voor de zeevarende bevolking van stad en dorp. Deze Aartsengel nam, in het geloofsleven van die tijd, een belangrijke plaats in bij de Wederopstanding en het Laatste Oordeel.

Het eerste Anjumer kerkgebouw stamt waarschijnlijk uit 1182 en werd gesticht onder leiding van een monnik van het praemonstratenser St. Bonifatiusklooster te Dokkum. Het was opgetrokken van tufsteen een zachte poreuse steen uit het Eifelgebergte in Duitsland. Uit overgebleven muurrestanten is op te maken dat deze Romaanse kerk (waarvan één raam bewaard is gebleven) veel kleiner was dan het huidige gebouw.

Ten opzichte van het vloerpeil van de huidige kerk moet die van het eerste kerkje ca. 1.50 mtr. lager hebben gelegen.

Vanuit deze ruimte liep een stenen trap (nog aanwezig) naar drie ruimten, de z.g. torenkapellen, in de "westbouw". Deze drie kapellen zijn nog tot op heden aanwezig.

Op de begane grond vertoont de toren drie rondbogige gesloten doorgangen, één naar het schip en twee naar de beide zijden. Oorspronkelijk zijn deze ruimten geopend geweest, wat eveneens geldt voor de ruimten op de verdieping. Dezen vormden eens een driedelige galerij, waarbij het een vraag blijft of het gedeelte op de begane grond ooit een functie bij de eredienst heeft gehad. Wel weten we dat in de middenruimte van de galerij, voor de Kerkhervorming in 1580, een altaar stond, het z.g. St. Michaëlsaltaar. Als regel werd van Witte Donderdag tot Paaszondag het hoofdaltaar in de kerk niet gebruikt. In deze periode werden de diensten verplaatst naar deze kapel.

Bij de grote overstroming in het jaar 1516 is de gehele kerk ingestort. Bij de wederopbouw werd het schip verbreed en kreeg het koor van het kerkgebouw zijn huidige vorm. Bij deze uitbreiding werden aan de noord- en zuidzijde nieuwe ingangen gemaakt. Hierdoor was de ingang in de westgevel (door de toren) niet meer nodig en deze werd dan ook dichtgemetseld. Uit deze periode stamt de nieuwere zuidmuur.

Het gevolg van deze uitbreiding is dat de toren niet meer in het midden van de westgevel staat. 
Op 28 oktober 1681 sloeg het noodlot opnieuw toe. Tijdens een wervelstorm, vermoedelijk een windhoos, stortte de kerk opnieuw in. In 1685 werd met de herbouw begonnen. In de rekeningen van dat jaar lezen we o.a.: "...... dat men Pijter Martens moet toerekenen voor betaalinge van sijn competente die hij moet hebben van 't kercke besteck ende opbouwinge van dien". Van deze "opbouwinge" weten we niet veel want over de periode 1685 tot 1721 ontbreken bladzijden uit het rekenboek.

Tijdens de Kerstvloed van het jaar 1717 werd de kerk opnieuw getroffen. Uit de rekeningen van de jaren na 1721 kunnen we opmaken dat na deze gebeurtenis de leien op het dak werden vervangen door gladde blauwe dakpannen. Rond 1740 begon men last te krijgen van verzakkingen aan de noordzijde van het kerkgebouw. Door het plaatsen van negen nieuwe steunberen werd getracht het euvel tegen te gaan. Van de jaren 1765 tot 1850 weten we vrijwel niets over het wel en wee van de kerk, daar van deze periode het rekenboek ontbreekt. Een post voor geleverd timmerwerk komt voor in 1876, namelijk ƒ 1235,68. Waarschijnlijk werd het pangestroken dak vervangen door de huidige kap. 
In 1851 werd de kerk, zowel van buiten als van binnen, geheel geschilderd voor de somma van ƒ 360,--. Twintig jaar later gebeurde dit opnieuw.

De kosten hiervan bedroegen ƒ 649,--. Tijdens een vergadering van de kerkvoogden S. Binnema, K. Kempenaar en M. van Dijk werd in 1929 besloten om het gebouw te voorzien van een beschoten dak, nieuwe dakpannen en verder "al wat herstelling nodig had". Dit alles was mogelijk gemaakt door een legaat van Douwe A. Beintema, zijnde ca. 12 pondematen land. Onder leiding van architect A. Baart jr. werd in 1972/73 de toren en het westwerk gerestaureerd. Bij deze gelegenheid werd de zware steunbeer aan de westgevel verwijderd. Twee jaar later volgde, onder leiding van het bureau Van Manen en Zwart, een algehele restauratie van het kerkgebouw. De belangrijkste wijzigingen vormden het opnieuw opmetselen van de verdwenen steunberen aan de zuidzijde en het aanbrengen van nieuwe vensterbeglazing. In anderhalf jaar heeft de Anjumer dorpsgemeenschap via allerlei acties een bedrag bijeengebracht van ca. ƒ 80.000,-- Bovendien is vrij veel werk, b.v. puinruimen etc., gedaan door vrijwilligers waarbij ca. ƒ 9000,-- werd bespaard. Zo heeft de hele Anjumer bevolking meegeleefd met de restauratiecommissie waarin ook gemeenteleden en dorpsbelang zitting hadden.