Klokken

Historie

Klokken Ned. Herv. Kerk

 

Het is bekend dat in het verleden altijd twee klokken in de toren van de Anjumer kerk hebben gehangen: een grote en een kleine. Uit welke tijd deze klokken afkomstig zijn is helaas moeilijk na te gaan. In 1616 besloten de kerkvoogden de grote klok te laten omsmelten omdat deze in een slechte staat verkeerde. Dit omsmelten gebeurde in 1618 door de Leeuwarder klokkengieter Hans Falck van Nuerenberg. In de rekeningen van dit jaar staat te lezen:

"Den 15en Junij anno uts. de clockgieter te sprecken met hem te handelen om de groote clock te doen vergieten, daar met Douwe Tialles verteert in 't heen en weder 't reijsen van Anium tot Leeuwarden ende weder tot Anium."

In november van datzelfde jaar werd de klok weer in gebruik genomen door deze een hele dag te luiden. Dit overigens met toestemming van de Anjumer bevolking. Het is deze klok die tot op heden in de toren hangt en hierop staat in gotische letters te lezen:

"In 't jaar ons Heeren ende Salichmaecker Jesu Christi duisent ses hondert ende achtien heeft mij Hans Falck van Nuerenberg in Leeuwarden ghegoten"

Aan de voorzijde links staat: "Gheorg Vrijheer van Swartzenborg" met een wapen en aan de voorzijde rechts: "Ernst van Aylva, gedeputeerde staedt van Fryslandt, grietman van Dongeradeel oestersijde der Paesens" met wapen. Op de zijkant links lezen we: "Douwe Tialles, Kerckvooghet" met wapen en "Luw Alberts, Kerck- ende Zijlvooghet van Ysmasijl" en wapen. Vervolgens staat er nog op de zijkant rechts: "Hilarius Sibrandi, pastor in Aengjum" met wapen.

Over de kleinere klok is het volgende bekend:

Bij herstelwerkzaamheden aan de kerk in 1741 werd tegelijkertijd besloten om deze klok te laten omsmelten. Hiertoe werd opdracht gegeven aan de Groninger klokkengieter Jan Borchardt. Eind 1742 werd deze weer in de toren gehangen en hierop stond te lezen:

"Eit Wytses, schoolm: organist te Anium. J. Borschardt fecit Groningen. Ao 1742" De oostzijde van deze klok had het volgende opschrift: "Petrus Hofstede, predikant te Anium" met een wapen terwijl op de zijkant rechts stond: "Ids Jacobs, bizitter van Oostdongeradeel en Kerkvoogd te Anium" met wapen. Opzij links: "Taeke Jans Kerkvoogd te Anium" ook weer met een wapen. Tenslotte op de achterzijde: "De Hoog Welgeb. Heer Jarich Georgh van Burmania, grietman van Oostdongeradeel een de Hoog Welgeb. Vrouwe Helena Maria van Goslinga, sin huisvrouw" alsmede de familiewapens.

Uit een recent ontdekt oud krantenartikel (Leeuwarder Nieuwsblad dd 23 mei 1933), waar het wel en wee van de Anjumer kerk wordt beschreven, komen we te weten dat de kleine klok toen al niet meer in gebruik was. Dhr. G.J. Veenstra schrijft hierover: "De kleine klok is gescheurd en ligt thans in stukken in den toren... "

 

Bij de klokkenvordering tijdens de Tweede Wereldoorlog werden beide klokken door de Duitse bezetter uit de toren gehaald. In deze klokkenloze periode hing een zuurstofcylinder in de toren. Hierop werd op bepaalde tijden met een hamer geslagen.

De kleine klok is nooit teruggezien. Dit in tegenstelling tot de grote klok. Deze werd kort na de oorlog teruggevonden en per schip naar Anjum teruggebracht. (zie foto blz. 107 van de Dorpskroniek "Van Anigheim tot Anjum) Tot op heden kunnen we nog van de klankrijkdom genieten.

Tenslotte iets over het uurwerk:

In 1637 werd aan Gerrijt Botes "uhrwerckmacker binnen Doccum" 70 Car. glds betaald "van 't opmaecken ende repareren van het Angiummer uhrwerck". Daar dit dus herstellen betrof, kunnen we veilig aannemen dat voor 1600 een uurwerk in de toren aanwezig is geweest. In 1660 was weer een reparatie nodig. Deze werd uitgevoerd door Barthold Emmerich. Vier en twintig jaar later werd aan Jan Sybbe Johannis, meestersmid te Paesens, 4 Car. glds en 14 stuivers betaald "wegens vermaecken van de wijzers aan de thoorn".

Een grote reparatie van het uurwerk vond plaats in 1728 door Geert Lieuwes. De kosten hiervan waren niet gering, namelijk 133 Car. glds, een fors bedrag in die jaren.

Tot aan het einde van de 18e eeuw vinden we alleen nog maar kleine herstellingen vermeld. In de Franse tijd kwam de toren, zoals overal in Nederland, in bezit van de burgelijke gemeente en hiermee verdwenen de klokken en het uurwerk uit de Anjumer kerkboeken.